dinsdag 7 augustus 2018

GR800: wandelen in Picardië langs de Somme van bron tot monding

Het noordfranse departement Somme heeft de wandelaar heel wat te bieden. Zowel op het gebied van natuurschoon als op het vlak van cultureel erfgoed kan men heel wat ontdekken.
De gelijknamige rivier stroomt door het departement van Oost naar West: van de bron in Fonsomme naar de monding in het Kanaal nabij Saint-Valéry-sur-Somme. Enkele historische steden liggen langs de Somme: Saint-Quentin, Péronne, Amiens en Abbeville. Tijdens de eerste Wereldoorlog werd nabij het stadje Péronne aan de Somme hevig gevochten en er sneuvelden meer dan een miljoen soldaten. Ook aan de Somme is de klaproos het symbool van deze strijd. De streek tussen Albert en Péronne wordt dan ook “Le Pays du Coquelicot” of “Poppy Country” genoemd. De rivier vormde ooit de grens tussen Vlaanderen en Frankrijk. Nabij Valéry-sur-Somme mondt de rivier uit in het Kanaal in de baai van de Somme.

Tijdens enkele tochten heb ik de streek aan de Somme reeds kunnen verkennen.
Onlangs werd er door de Franse wandelfederatie een nieuw GR-pad geopend dat de Somme volgt van zijn bron tot monding: de GR800. Deze noordfranse regio ligt op een boogscheut van de Belgische grens. Een uitstekende kans om de Somme wandelend te verkennen.
De GR800 heb ik alvast op mijn to-dolijstje geplaatst. De topogids kan men aankopen via de webshop van Grote Routepaden. Ik heb mijn exemplaar ondertussen besteld.

zaterdag 21 juli 2018

een stukje GR121C tussen Valenciennes en Le Quesnoy

Wandelen in de streek ten zuiden van Valenciennes op de grens van de Hainaut en de Avesnois.
Langs de GR121C in de vallei van de Ecaillon tot Ghissignies. Daarna via Salesches en Escarmain langs het riviertje “le Saint-Georges” naar Saint-Martin-sur-Ecaillon en terug naar het vertrekpunt. Het traject van Ghissignies terug naar de startplaats was een eigen creatie.
De GR121C is een GR-pad in het Noorden van Frankrijk dat van West naar Oost loopt en Aubigny-au-Bac met het vestingstadje Le Quesnoy verbindt. In Aubigny-au-Bac (Vallée de la Sensée) sluit het pad aan met de GR121.  De GR121C is amper 49 kilometer lang.
Bij het voorbereiden van de tocht had ik de verbinding tussen Ghissignies en Saleches uitgetekend over het traject van een vroegere spoorlijn. Toen we ter plaatse kwamen, stelden we vast dat de oude spoorwegbedding volledig overwoekerd was met struiken en bomen en volledig onbegaanbaar was. Gelukkig was er een pad parallel aan de spoorlijn. Na vijfhonderd meter eidnigde het pad aan een poort die een weide afsloot. We klommen over de hindernis en stapten verder door de weide. Het volgende obstakel was een prikkeldraad waar we onder door kropen. We werden eventjes belaagd door een bende nieuwsgierige koeien en we doken opnieuw onder de prikkeldraad. Door een aardappelveld kwamen we bij de D86 die we nu volgden tot in Saleches.
Volgens Google Maps was er in het dorpje een café waar we eventjes wilden pauzeren. Na wat zoekwerk bleek de zaak gesloten.  Volgens onze bevindingen was dit waarschijnlijk al een tijdje zo gezien de bouwvallige staat van het etablissement. We stapten dan maar verder naar Escarmain. Ook hier was de bar/tabac gesloten. We vervolgden dan maar onze weg naar Bermerain. Van pech gesproken: het café waar we voor de start een koffie hadden gedronken was eveneens potdicht. Gelukkig konden we onze grootste dorst lessen met enkele flessen water die we in de wagen hadden achtergelaten.
Mijn fotoreportage: Bermerain 21 juli 2018









zondag 3 juni 2018

GR121 van Verlincthun naar Boulogne-sur-mer

Vijftiende en laatste etappe van de GR121 van Verlincthun naar Boulogne-sur-mer.
Vanuit Verlincthun kwamen we snel opnieuw tot bij de GR121. Het was nog vroeg maar de zon scheen reeds volop. Het zou een zonnige dag worden. We stapten doorheen het Forêt Domaniale de Hardelot tot bij het mooie gerestaureerde Chateau d’Hardelot.
Daarna volgde het Forêt Domaniale d’ Ecault. Via de “Chemin des Juifs” trokken we door de duinen richting Equihen-Plage. Deze betonnen weg door de duinen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog aangelegd door Joodse gevangenen om de weg naar de bunkers van de Atlantik Wall toegankelijker te maken voor het Duitse leger. Een beetje verder konden we een eerste glimp opvangen van de Côte d’Opale.
We daalden via een pad door de duinen af tot bij het strand. Ondertussen hadden we ook de GR120 (GR du Littoral) vervoegd. In Equihen-Plage rustten we een eerste keer op een terras van een café-restaurant. De GR121 stopt(begint) eigenlijk in Equihen-Plage maar daarvan was er geen enkele aanduiding te bespeuren.
We bleven nu de GR120 volgen tot Boulogne-sur-Mer: over de zeedijk van Le Portel en daarna over het strand tot bij de haven. Aan de vissershaven van Boulogne, de grootste van Frankrijk, raakten we het juiste traject kwijt en moesten we nog eventjes op onze stappen terugkeren. We dronken nog iets in Boulogne en reden daarna naar Wimereux. We sloten het weekend af met een schotel “Fruits de mer” en “Moules Frites”.












zaterdag 2 juni 2018

GR121 van Montreuil-sur-Mer naar Verlincthun

Veertiende (en voorlaatste) etappe van de GR121: van Montreuil-sur-Mer naar Verlincthun.
Vorige week strandde onze GR121-tocht in Montreuil-sur-Mer, een vestingstadje op een boogscheut van de Côte d’Opale. We waren zo nog een 65-tal kilometers verwijderd van onze eindbestemming: Boulogne-sur-Mer. We planden twee etappes om deze afstand te overbruggen. Om niet nodeloos weg en weer te rijden naar West-Vlaanderen, reserveerden we een slaapplaats op een camping in Verlincthun. De GR121 loopt niet door het dorpje zelf, maar een paar kilometer zuidelijker. Het beloofde dus opnieuw een stevige tocht te worden. Gelukkig voorspelde de weerman geen tropische temperaturen. En inderdaad het werd niet warm want we wandelden bijna de ganse tocht in de nevel. Het leek wel een herfstdag in de maand juni. Na de middag brak het zonnetje door het grijze wolkendek.
We maakten eerst een ommetje door de oude binnenstad van Montreuil. We verlieten daarvoor het GR-pad, dat enkel over de vestingen loopt. Ook hier was de beroemde vestingbouwer Vauban gepasseerd. Het duurde een poosje vooraleer we een bar/tabac vonden waar we onze croissants konden opeten bij een “Franse” espresso: ons vast ritueel in Frankrijk. We dwaalden nog eventjes over de zaterdagmarkt en trokken dan op pad.
Het eerste dorpje op onze route was La Caloterie. Hier wachtte een straathond ons op bij de “Mairie” en zou ons een heel eind vergezellen. We wandelden over onverharde paden en graspaden door de weilanden in het dal van de Canche. Het riviertje mondt wat verder in Etaples uit in de zee. Onze trouwe, bruine metgezel bleef maar voor ons uit lopen en wachtte ons op bij elk kruispunt of splitsing en liep dan verder gedwee met ons mee.
Toen we in het plaatsje Enocq eventjes uitrustten in een café, duwde hij nieuwsgierig zijn snoet tegen de ruit van de deur. We dachten dat de viervoeter ons zou opwachten, maar toen we vertrokken was de hond verdwenen. Even buiten het dorpje verlaat de GR121 de weg en leidde een onverhard pad ons tussen vijvers. Zo te zien had het hier de laatste dagen flink geregend want het water stroomde over het pad van de ene vijver naar de andere. Waren we verkeerd gelopen? Volgens de GPS volgden we de goede route en eventjes voordien hadden we nog rood-witte GR -tekens opgemerkt. In elk geval zakten we steeds dieper tot over onze enkels weg in de modder tot het pad uiteindelijk een beekje werd. Er bleef niks anders over dan op onze stappen terug te keren en de “droge” route departementale te nemen, die parallel loopt aan het rivierpad. In Bréxent-Enocq kwamen we opnieuw op het goede traject.
In het dalletje stroomt de Dordogne, een zijriviertje van de Canche en niet te verwarren met de rivier in het gelijknamige departement in het Zuidwesten van Frankrijk. We volgden een onverharde weg die ons uit het dal van de Dordogne omhoog stuurde. Door de nevel viel er van de omgeving niet veel te zien en wat later waren we verrast toen plots voor ons een grote windmolen zichtbaar werd.
In het piepkleine Bernieulles rustten we eventjes uit op een bankje. De koelte van schaduw moesten we vandaag niet opzoeken. Enkele spelende kinderen zorgden voor wat “leven” in het dorpje. Voor de rest heerste hier de stilte. We dronken wat water en proefden van een stuk Camembert du Boulonnais, die we op de markt hadden gekocht.
Via het gehuchtje Enguinehaut, amper enkele huisjes, stapten we naar Thubeauville. Het GR-pad volgde hier een ander traject dan de GPX-track op mijn GPS. Het viel ons op dat er nauwelijks leven te bespeuren viel in deze streek en in de verstilde dorpjes. Er volgde een scherpe afdaling naar Sequières en daarna een klimmetje over een graspad. De zonnestralen priemden nu schuchter door de nevel. Het lager gelegen stadje Samer lag reeds volop in de zon. De GR liep nu pal westwaarts over een kaarsrechte “départemental”. In Le Haut Pichot verlieten we de GR121 en begonnen aan de afdaling naar Verlincthun. Een moedig groepje wielertoeristen begon aan de beklimming van “Le Haut Pichot” en zwoegde zich naar boven.
Het werd inderdaad opnieuw een ferme etappe met een redelijk vlakke aanloop. In de tweede helft kregen we opnieuw wat flinke kuitenbijters en scherpe afdalingen te verwerken. Het was een aangename kennismaking met deze mooie wandelstreek: de Boulonnais.
In een Auberge in Saint-Aubin kwamen we op krachten voor de slotetappe naar Boulogne-sur-Mer.









zaterdag 26 mei 2018

Over de GR121 van Hesdin naar Montroeuil-sur-mer door Le Pays des 7 Vallées

Mooie maar pittige tocht bij zomerse temperaturen doorheen Le Pays des 7 Vallées , een streek in de Noord-Franse regio Pas-de Calais.
Zeven rivieren hebben in deze streek diepe valleien gevormd: La Canche, l’Authie, le Bras de Bronne, la Créquoise, la Planquette, la Ternoise, la Lys. We wandelden door het mooie golvende landschap en passeerden kleine, stille dorpjes die meestal verborgen liggen in de diep ingesneden valleien. Het werd een zware en lastige tocht want het was voortdurend klimmen en dalen bij temperaturen van bijna dertig graden.
We hadden onze rugzak goed gevuld met extra drank en mondvoorraad. Het beloofde warm te worden en we vermoedden dat er in de kleine dorpjes onderweg weinig of geen mogelijkheden zouden zijn om iets te eten of te drinken.
In het station van Montroeuil-sur-Mer zouden we om 7h07 de trein nemen naar de startplaats in Hesdin. Er was voldoende plaats om de wagen te parkeren voor het kleine stationnetje want de parking was leeg en er was geen levende ziel te bespeuren. We hadden meteen een raar gevoel toen we de enigszins verroeste treinsporen zagen met ertussen verdacht veel onkruid. Ook de toegang tot het perron bleek volledig afgesloten. De opgehangen uurregeling bij het station was nochtans heel recent en stemde overeen met deze die ik de week voordien op het internet had geraadpleegd. Toen we de bushalte bij het station opmerkten, begon het bij ons te dagen: er zou een busdienst de trein vervangen. En inderdaad: er kwam een bus aangereden die enkele honderden meter verder halt hield. Tot onze grote ontsteltenis echter vertrok de bus opnieuw in de andere richting. De bushalte was blijkbaar wat verderop verplaatst zonder enige aanduiding bij het station. De volgende bus richting Hesdin vertrok pas in de namiddag en tegen de avond. Na wat overleg besloten we om dan maar met de wagen naar Hesdin te rijden en dan na de tocht met de bus vanuit Montroeuil naar Hesdin terug te rijden. De goede bushalte wisten we ondertussen al zijn.
In een café op de Grand Place van Hesdin dronken we eerst nog een koffie en reden dan naar het station, het vertrekpunt. De GR121 loopt niet door het stadje, dus was er een kleine aanlooproute langs de Ternoise tot bij  het GR-pad in Grigny. Het was nevelig en warm.
In Grigny verlieten we de vallei van de Ternoise en kwamen in het Forêt Domaniale d’ Hesdin. Toen we het grote bos verlieten, daalden we af tot bij de Planquette en het dorpje Cavron-Saint-Martin. We hadden ondertussen 11 kilometer afgelegd en de zonnestralen begon stilletjes aan door het lichte mistgordijn te priemen. Tot onze grote verbazing was het dorpje toch een café rijk en we rustten wat uit op het terras. De andere klanten informeerden nieuwsgierig waar we vandaan kwamen en wat onze bestemming was. Ze bekeken ons verbaasd en  met enig ongeloof toen we hen uitlegden dat we te voet onderweg waren naar Montroeuil-sur-Mer. “ça c’est encore loin” wisten ze ons te vertellen.
We namen afscheid, lieten het dorpje achter ons en klommen uit de vallei van de Planquette en zetten koers naar Beaurainville, een iets groter dorp aan de Canche. We wandelden een viertal kilometer boven op het plateau en daalden dan af tot bij de Créquoise. Het riviertje stort zich wat verder in de Canche bij Beaurainville. De GR121 draait aan de rand van de dorpskom van Beaurainville onmiddellijk weg en loopt verder door de vallei van de Créquoise tot het dorpje Loison-sur-Créquoise. We rustten wat uit op een bankje aan een watermolen langs het riviertje.
Vanuit Loison-sur-Créquoise ging het opnieuw stevig bergop toen we de vallei van de Créquoise achter ons lieten. We planden een langere rust in het volgende dorpje: Saint-Denoeux, een plaatsje met iets meer dan 100 inwoners. In een schuilhut vonden we een schaduwrijk plaatsje, dat zorgde voor wat afkoeling en we namen de tijd om wat uit te rusten, iets te eten en te drinken. Aix-en Issart was het volgende dorpje op weg naar Montroeuil-sur-Mer. Het kleine dorpje ligt in de vallei van “le Bras de Bronne”. Het plaatselijke café was definitief gesloten en er was ook geen winkeltje. De laatste 7 kilometer zouden we dan maar overbruggen met de resterende lauwe drank uit onze rugzak. Op amper één kilometer voor het einde van de tocht in Neuville-sous-Montreuil hadden we meer geluk. De frisse pint in het café smaakte als nooit te voren.
Het dorpje Neuville-sous-Montroeuil is vooral bekend vanwege zijn Chartreuseabdij. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed dit vroegere kartuizerklooster dienst als burgerhospitaal en opvangcentrum voor Belgische vluchtelingen, vooral afkomstig uit de Westhoek. Heel wat van deze vluchtelingen (een 600-tal) zijn er overleden  en werden wat verderop in een weide begraven. Van deze “bijna vergeten” begraafplaats zijn alle zichtbare elementen verdwenen en rest er enkel nog de betonnen sokkel van het kruis.
Om 17h10 namen we in Montroeuil-sur-Mer de bus terug naar Hesdin. Van het mooie, versterkte stadje hebben we jammer genoeg niks gezien. Een bezoekje zal voor de volgende etappe zijn.
We plannen volgende week Boulogne-sur-Mer te bereiken en een schitterende GR121 te beëindigen








zaterdag 5 mei 2018

door Frans-Vlaanderen van Eecke naar Cassel

Door Frans-Vlaanderen tussen Catsberg en Cassel. Start vanuit Eecke.
Parkoers: Eecke – Saint-Sylvestre-Cappel – Terdeghem – Cassel – Oxelaere – Saint-Marie-Cappel – Saint-Sylvestre-Cappel – Eecke.
De route had ik thuis voorbereid en op mijn GPS opgeladen. Het kerkje van Eecke was mijn vertrekpunt. Het dorpje ligt ten zuiden van Steenvoorde en ongeveer halverwege tussen Cassel en de Mont des Cats. De houten klokkentoren of “Klockhuis” van Eecke staat midden het kerkhof naast  het kerkje.
Ik stapte eerst richting Saint-Sylvestre-Cappel en daarna naar het piepkleine Terdeghem. Voor mij lag het kleine stadje Cassel boven op de gelijknamige heuvel en achter mij de Mont des Cats. Ik wandelde een poosje naast de prille Ey Becque of Heidebeek die wat verderop de grens vormt tussen België en Frankrijk en in Haringe in de Ijzer uitmondt.
Net voor Terdeghem bereikte ik het traject van de GR128 of Frans-Vlaanderenroute. Deze GR-route zou ik verder volgen tot Cassel. Het Café-rando “Estaminet Kerk hoek” in Terdeghem bleek helaas gesloten op zaterdagvoormiddag. Dus dronk ik maar een slok water op een bankje voor het café. Het dorpje lag er heel rustig en vredig bij op deze mooie zaterdagmorgen.
Daarna ging het langzaam bergop. Ik passeerde eerst langs de flank van de Mont des Récollets (of Wouwenberg) en begon daarna aan de beklimming naar Cassel. Onderweg kon ik genieten van enkele mooie panorama’s en ik waagde mezelf aan een selfie. De Mont Cassel is 176 meter hoog en is daarmee de hoogste heuvel van de Frans-Vlaamse Westhoek. In het café “Aux Trois Moulins” bij de kerk van Cassel trakteerde ik mezelf eerst op een frisse pint en wandelde daarna tot helemaal boven tot bij de Casteelmeulen. In het park bij de molen staat het monument van maarschalk Foch, die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn hoofdkwartier had. Van hieruit wordt men bellond met prachtige vergezichten over het “Pays de Cassel”. In het landschap kan men nog duidelijk enkele van de “kaarsrechte” heerwegen ontwaren die in de Romeinse tijd vanuit het Castellum Menapiorum vertrokken. Vooraleer ik aan de terugtocht begon, genoot ik op het stemmige marktplein nog van een Picon Vin Blanc.
Ik daalde af tot bij de kleine dorpskern van Oxelaëre, een pittoresk dorpje aan de voet van de Mont Cassel. De mooie kleine Sint-Maartenskerk is een bezoek waard, maar het gebouw was gesloten. Wat verder staat de “Ferme des Templiers”. In het winkeltje bij de boerderij kan men allerlei  producten kopen zoals de ambachtelijk bereide kaas : “Boulet de Cassel”.
Van Oxelaëre wandelde ik verder naar Sainte-Marie-Cappel en van daaruit verder naar Saint-Sylvestre-Cappel. Vanaf Sainte-Marie-Cappel zou ik verder de geel-rode tekens van de streek-GR Heuvelland volgen tot Eecke. Eventjes buiten Sainte-Marie-Cappel passeerde ik de bron van de Penebeek, een zijriviertje van de Ijzer. De lange kaarsrechte “chemin de Borre” leidde me bijna tot bij de TGV-lijn van Lille naar Londen. Op mijn terugweg had ik nu voortdurend de Mont des Cats in het vizier. In Saint-Sylvestre-Cappel  wordt het streekbier “3 Monts” gebrouwen. De streek GR-Heuvelland loopt echter niet door de dorpskern. Een lang graspad, dat ik herkende van het “Circuit du Klockhuis” bracht me terug tot bij het kerkje van Eecke.
Het was genieten van het prachtige weer, het zonnetje en de mooie landschappen van Frans-Vlaanderen.












zaterdag 28 april 2018

Langs de Frans-Vlaamse kust tussen Dunkerque en Calais

Een GR-dagstapper aan de Frans-Vlaamse “Côte d’Opale” tussen de havensteden Dunkerque en Calais.
We begonnen de wandeling vanuit Grand-Fort-Philippe, een plaatsje gelegen aan de monding van de gekanaliseerde Aa. Het dankt zijn naam aan het vroegere fort dat in de 16e eeuw door de Spaanse troepen aan de andere kant van de oever van de Aa werd gebouwd.
Heel jammer dat wat verderop de immense grijze “schreeuwlelijke” kerncentrale van Gravelines de mooie Noord-Franse kust ontsiert. Deze centrale heeft zes kernreactoren en is blijkbaar de op één na grootste kerncentrale van Europa. Ik vraag mij voortdurend af welke de gevolgen zouden zijn van een eventuele nucleaire ramp. Wie wil hier nog op vakantie komen? Er zijn nochtans heel wat campings in de omgeving.
Gelukkig ziet men de kerncentrale niet als men door de duinen en langs de kust richting Calais wandelt. We volgden een stukje van de GR120 (GR du Littoral)  en wandelden door de duinen van de “Réserve naturelle du Platier d’Oye” en over het strand. Het natuurgebied is pas sedert 1987 een officieel natuurreservaat en eerder klein wat oppervlakte betreft, maar het is een belangrijk broedgebied voor heel wat vogelsoorten.
Her en der in de duinen en langs het strand liggen nog heel wat restanten van Duitse bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Een heel merkwaardig bouwwerk is de “Tour Penchée”, een simulatie van een kerktoren. Het Duitse leger bouwde deze toren om de piloten van het Engelse leger in verwarring ter brengen. De Duitsers probeerden deze toren aan het einde van de oorlog te vernietigen, maar dit is duidelijk niet gelukt.
Op de terugweg verkozen we om op het strand langs de kustlijn terug te wandelen en daarna langs de havengeul van de Aa terug te wandelen tot bij de parking aan het “Calvaire des Marins”. Het was hoogtij en er was slechts een smalle strook strand vrij tussen de kustlijn en de hoge duinen. Het was lastig stappen over het mulle zandstrand. Pas toen we heel dicht de dijk van de havengeul waren genaderd, stelden we vast dat we onmogelijk via deze weg de parking konden bereiken. Bij vloed wordt het gebied van schorren en slikken immers door het  zeewater overspoelt. Er zat bijgevolg niks anders op dan een heel eind terug te wandelen via het strand en een doorgang te zoeken in de duinen en zo Grand-Fort-Philippe te bereiken.