zaterdag 26 mei 2018

Over de GR121 van Hesdin naar Montroeuil-sur-mer door Le Pays des 7 Vallées

Mooie maar pittige tocht bij zomerse temperaturen doorheen Le Pays des 7 Vallées , een streek in de Noord-Franse regio Pas-de Calais.
Zeven rivieren hebben in deze streek diepe valleien gevormd: La Canche, l’Authie, le Bras de Bronne, la Créquoise, la Planquette, la Ternoise, la Lys. We wandelden door het mooie golvende landschap en passeerden kleine, stille dorpjes die meestal verborgen liggen in de diep ingesneden valleien. Het werd een zware en lastige tocht want het was voortdurend klimmen en dalen bij temperaturen van bijna dertig graden.
We hadden onze rugzak goed gevuld met extra drank en mondvoorraad. Het beloofde warm te worden en we vermoedden dat er in de kleine dorpjes onderweg weinig of geen mogelijkheden zouden zijn om iets te eten of te drinken.
In het station van Montroeuil-sur-Mer zouden we om 7h07 de trein nemen naar de startplaats in Hesdin. Er was voldoende plaats om de wagen te parkeren voor het kleine stationnetje want de parking was leeg en er was geen levende ziel te bespeuren. We hadden meteen een raar gevoel toen we de enigszins verroeste treinsporen zagen met ertussen verdacht veel onkruid. Ook de toegang tot het perron bleek volledig afgesloten. De opgehangen uurregeling bij het station was nochtans heel recent en stemde overeen met deze die ik de week voordien op het internet had geraadpleegd. Toen we de bushalte bij het station opmerkten, begon het bij ons te dagen: er zou een busdienst de trein vervangen. En inderdaad: er kwam een bus aangereden die enkele honderden meter verder halt hield. Tot onze grote ontsteltenis echter vertrok de bus opnieuw in de andere richting. De bushalte was blijkbaar wat verderop verplaatst zonder enige aanduiding bij het station. De volgende bus richting Hesdin vertrok pas in de namiddag en tegen de avond. Na wat overleg besloten we om dan maar met de wagen naar Hesdin te rijden en dan na de tocht met de bus vanuit Montroeuil naar Hesdin terug te rijden. De goede bushalte wisten we ondertussen al zijn.
In een café op de Grand Place van Hesdin dronken we eerst nog een koffie en reden dan naar het station, het vertrekpunt. De GR121 loopt niet door het stadje, dus was er een kleine aanlooproute langs de Ternoise tot bij  het GR-pad in Grigny. Het was nevelig en warm.
In Grigny verlieten we de vallei van de Ternoise en kwamen in het Forêt Domaniale d’ Hesdin. Toen we het grote bos verlieten, daalden we af tot bij de Planquette en het dorpje Cavron-Saint-Martin. We hadden ondertussen 11 kilometer afgelegd en de zonnestralen begon stilletjes aan door het lichte mistgordijn te priemen. Tot onze grote verbazing was het dorpje toch een café rijk en we rustten wat uit op het terras. De andere klanten informeerden nieuwsgierig waar we vandaan kwamen en wat onze bestemming was. Ze bekeken ons verbaasd en  met enig ongeloof toen we hen uitlegden dat we te voet onderweg waren naar Montroeuil-sur-Mer. “ça c’est encore loin” wisten ze ons te vertellen.
We namen afscheid, lieten het dorpje achter ons en klommen uit de vallei van de Planquette en zetten koers naar Beaurainville, een iets groter dorp aan de Canche. We wandelden een viertal kilometer boven op het plateau en daalden dan af tot bij de Créquoise. Het riviertje stort zich wat verder in de Canche bij Beaurainville. De GR121 draait aan de rand van de dorpskom van Beaurainville onmiddellijk weg en loopt verder door de vallei van de Créquoise tot het dorpje Loison-sur-Créquoise. We rustten wat uit op een bankje aan een watermolen langs het riviertje.
Vanuit Loison-sur-Créquoise ging het opnieuw stevig bergop toen we de vallei van de Créquoise achter ons lieten. We planden een langere rust in het volgende dorpje: Saint-Denoeux, een plaatsje met iets meer dan 100 inwoners. In een schuilhut vonden we een schaduwrijk plaatsje, dat zorgde voor wat afkoeling en we namen de tijd om wat uit te rusten, iets te eten en te drinken. Aix-en Issart was het volgende dorpje op weg naar Montroeuil-sur-Mer. Het kleine dorpje ligt in de vallei van “le Bras de Bronne”. Het plaatselijke café was definitief gesloten en er was ook geen winkeltje. De laatste 7 kilometer zouden we dan maar overbruggen met de resterende lauwe drank uit onze rugzak. Op amper één kilometer voor het einde van de tocht in Neuville-sous-Montreuil hadden we meer geluk. De frisse pint in het café smaakte als nooit te voren.
Het dorpje Neuville-sous-Montroeuil is vooral bekend vanwege zijn Chartreuseabdij. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed dit vroegere kartuizerklooster dienst als burgerhospitaal en opvangcentrum voor Belgische vluchtelingen, vooral afkomstig uit de Westhoek. Heel wat van deze vluchtelingen (een 600-tal) zijn er overleden  en werden wat verderop in een weide begraven. Van deze “bijna vergeten” begraafplaats zijn alle zichtbare elementen verdwenen en rest er enkel nog de betonnen sokkel van het kruis.
Om 17h10 namen we in Montroeuil-sur-Mer de bus terug naar Hesdin. Van het mooie, versterkte stadje hebben we jammer genoeg niks gezien. Een bezoekje zal voor de volgende etappe zijn.
We plannen volgende week Boulogne-sur-Mer te bereiken en een schitterende GR121 te beëindigen








zaterdag 5 mei 2018

door Frans-Vlaanderen van Eecke naar Cassel

Door Frans-Vlaanderen tussen Catsberg en Cassel. Start vanuit Eecke.
Parkoers: Eecke – Saint-Sylvestre-Cappel – Terdeghem – Cassel – Oxelaere – Saint-Marie-Cappel – Saint-Sylvestre-Cappel – Eecke.
De route had ik thuis voorbereid en op mijn GPS opgeladen. Het kerkje van Eecke was mijn vertrekpunt. Het dorpje ligt ten zuiden van Steenvoorde en ongeveer halverwege tussen Cassel en de Mont des Cats. De houten klokkentoren of “Klockhuis” van Eecke staat midden het kerkhof naast  het kerkje.
Ik stapte eerst richting Saint-Sylvestre-Cappel en daarna naar het piepkleine Terdeghem. Voor mij lag het kleine stadje Cassel boven op de gelijknamige heuvel en achter mij de Mont des Cats. Ik wandelde een poosje naast de prille Ey Becque of Heidebeek die wat verderop de grens vormt tussen België en Frankrijk en in Haringe in de Ijzer uitmondt.
Net voor Terdeghem bereikte ik het traject van de GR128 of Frans-Vlaanderenroute. Deze GR-route zou ik verder volgen tot Cassel. Het Café-rando “Estaminet Kerk hoek” in Terdeghem bleek helaas gesloten op zaterdagvoormiddag. Dus dronk ik maar een slok water op een bankje voor het café. Het dorpje lag er heel rustig en vredig bij op deze mooie zaterdagmorgen.
Daarna ging het langzaam bergop. Ik passeerde eerst langs de flank van de Mont des Récollets (of Wouwenberg) en begon daarna aan de beklimming naar Cassel. Onderweg kon ik genieten van enkele mooie panorama’s en ik waagde mezelf aan een selfie. De Mont Cassel is 176 meter hoog en is daarmee de hoogste heuvel van de Frans-Vlaamse Westhoek. In het café “Aux Trois Moulins” bij de kerk van Cassel trakteerde ik mezelf eerst op een frisse pint en wandelde daarna tot helemaal boven tot bij de Casteelmeulen. In het park bij de molen staat het monument van maarschalk Foch, die hier tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn hoofdkwartier had. Van hieruit wordt men bellond met prachtige vergezichten over het “Pays de Cassel”. In het landschap kan men nog duidelijk enkele van de “kaarsrechte” heerwegen ontwaren die in de Romeinse tijd vanuit het Castellum Menapiorum vertrokken. Vooraleer ik aan de terugtocht begon, genoot ik op het stemmige marktplein nog van een Picon Vin Blanc.
Ik daalde af tot bij de kleine dorpskern van Oxelaëre, een pittoresk dorpje aan de voet van de Mont Cassel. De mooie kleine Sint-Maartenskerk is een bezoek waard, maar het gebouw was gesloten. Wat verder staat de “Ferme des Templiers”. In het winkeltje bij de boerderij kan men allerlei  producten kopen zoals de ambachtelijk bereide kaas : “Boulet de Cassel”.
Van Oxelaëre wandelde ik verder naar Sainte-Marie-Cappel en van daaruit verder naar Saint-Sylvestre-Cappel. Vanaf Sainte-Marie-Cappel zou ik verder de geel-rode tekens van de streek-GR Heuvelland volgen tot Eecke. Eventjes buiten Sainte-Marie-Cappel passeerde ik de bron van de Penebeek, een zijriviertje van de Ijzer. De lange kaarsrechte “chemin de Borre” leidde me bijna tot bij de TGV-lijn van Lille naar Londen. Op mijn terugweg had ik nu voortdurend de Mont des Cats in het vizier. In Saint-Sylvestre-Cappel  wordt het streekbier “3 Monts” gebrouwen. De streek GR-Heuvelland loopt echter niet door de dorpskern. Een lang graspad, dat ik herkende van het “Circuit du Klockhuis” bracht me terug tot bij het kerkje van Eecke.
Het was genieten van het prachtige weer, het zonnetje en de mooie landschappen van Frans-Vlaanderen.












zaterdag 28 april 2018

Langs de Frans-Vlaamse kust tussen Dunkerque en Calais

Een GR-dagstapper aan de Frans-Vlaamse “Côte d’Opale” tussen de havensteden Dunkerque en Calais.
We begonnen de wandeling vanuit Grand-Fort-Philippe, een plaatsje gelegen aan de monding van de gekanaliseerde Aa. Het dankt zijn naam aan het vroegere fort dat in de 16e eeuw door de Spaanse troepen aan de andere kant van de oever van de Aa werd gebouwd.
Heel jammer dat wat verderop de immense grijze “schreeuwlelijke” kerncentrale van Gravelines de mooie Noord-Franse kust ontsiert. Deze centrale heeft zes kernreactoren en is blijkbaar de op één na grootste kerncentrale van Europa. Ik vraag mij voortdurend af welke de gevolgen zouden zijn van een eventuele nucleaire ramp. Wie wil hier nog op vakantie komen? Er zijn nochtans heel wat campings in de omgeving.
Gelukkig ziet men de kerncentrale niet als men door de duinen en langs de kust richting Calais wandelt. We volgden een stukje van de GR120 (GR du Littoral)  en wandelden door de duinen van de “Réserve naturelle du Platier d’Oye” en over het strand. Het natuurgebied is pas sedert 1987 een officieel natuurreservaat en eerder klein wat oppervlakte betreft, maar het is een belangrijk broedgebied voor heel wat vogelsoorten.
Her en der in de duinen en langs het strand liggen nog heel wat restanten van Duitse bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Een heel merkwaardig bouwwerk is de “Tour Penchée”, een simulatie van een kerktoren. Het Duitse leger bouwde deze toren om de piloten van het Engelse leger in verwarring ter brengen. De Duitsers probeerden deze toren aan het einde van de oorlog te vernietigen, maar dit is duidelijk niet gelukt.
Op de terugweg verkozen we om op het strand langs de kustlijn terug te wandelen en daarna langs de havengeul van de Aa terug te wandelen tot bij de parking aan het “Calvaire des Marins”. Het was hoogtij en er was slechts een smalle strook strand vrij tussen de kustlijn en de hoge duinen. Het was lastig stappen over het mulle zandstrand. Pas toen we heel dicht de dijk van de havengeul waren genaderd, stelden we vast dat we onmogelijk via deze weg de parking konden bereiken. Bij vloed wordt het gebied van schorren en slikken immers door het  zeewater overspoelt. Er zat bijgevolg niks anders op dan een heel eind terug te wandelen via het strand en een doorgang te zoeken in de duinen en zo Grand-Fort-Philippe te bereiken.










zaterdag 31 maart 2018

Wandeling chez les Ch’tis in Bergues via de GR120 (GR du Littoral)

Tocht uit de Grote Routepaden “Dagstappergids Frans-Vlaanderen”.
Het kleine stadje Bergues ligt in het uiterste Noorden van Frankrijk een tiental kilometer ten zuiden van de Franse havenstad Duinkerke. Sint-Winoksbergen is de Vlaamse naam van het stadje, genoemd naar de vroegere abdij van Sint-Winoksbergen op de Groenenberg-heuvel. Ik bezocht het stadje voor het eerst in 2007 toen we vanuit Beauvoorde doorheen de Moeren naar Bergues wandelden (Beauvoorde-Bergues-Beauvoorde)
Ik parkeerde mijn wagen zoals aangegeven in de topogids op de parking bij het Fort Vallieres. De tocht begon met een passage door het Bois des Forts, een bos tussen Duinkerke en Bergues. Na een poosje zag ik de eerste rood-witte GR-markeringen van de GR120 of de GR-Littoral.
Toen ik het bos verliet, zag ik de eerste huizen van het Noord-Franse vestingstadje Bergues. Ik wandelde eerst op een smal langs de vesten tot bij de Porte au Boule en wat later kwam ik bij de Groenberg en de resten van de abdij van Sint-Winok: een robuuste platte toren en een slanke toren met spits: de Tour Pointue.
Ik wandelde niet door het centrum van Bergues maar volgde de versterkte omwallingen en passeerde enkele torens en toegangspoorten zoals de Kasselpoort. Bij het station liet ik de stad achter mij. De GR loopt nu verder richting Bierne en via een weg parallel aan de drukke A25-autoweg bereikte ik het gehucht Petit-Millebrugghe langs de Haute Colme.
Bij de brug verliet ik de GR en langs het jaagpad stapte ik terug naar Bergues. Nu wandelde ik wel door het stadscentrum van Bergues met zijn mooie Belfort en pauzeerde eventjes in een café.
Een lange kaarsrechte weg langs het Canal de Bergues leidde mij terug tot bij de parking. Langs het kanaal ligt het golfterrein van Duinkerke en het Fort Vallieres.
Mijn foto’s: Bergues 31 maart 2018

zaterdag 14 oktober 2017

Steenvoorde en een stukje GR128

Een stukje GR128 (Wissant-Aken) en Streek-GR Heuvelland net over de grens in Frans-Vlaanderen.
We startten vanuit Steenvoorde. Via Eecke, Saint-Sylvestre-Cappel, Sainte-Marie-Cappel en Terdeghem terug naar Steenvoorde.
Enkele foto’s: Steenvoorde 14 oktober 2017












zaterdag 2 september 2017

van Avesnes-le-Comte naar Frévent (GR121) (25 km)

Onze 11de etappe van de GR121 van Avesnes-le-Comte naar Frévent door de vallei van de Canche.
De Canche is een riviertje dat in Etaples in Het Kanaal uitmondt. De GR121 loopt vanaf Denier via Frévent en Hesdin tot voorbij Montreuil-sur-Mer door de vallei van de Canche.
We passeerden heel wat kleine dorpjes met prachtige kerkjes.
Een uitgebreider verslag volgt.